Verhaal: Lafaard

Verhaal Lafaard

Lafaard is mijn derde verhaal hier op De Lady Library. Hiervoor schreef ik Meto en Dwaasheid (klik op de titels om het verhaal te lezen). Vandaag dus een nieuw verhaal. Waarschuwing: het is best heftig.

Mijn dunne vingertoppen streken over het gladde, koude oppervlak. Ik keek niet naar de reflectie. Had ik in geen maanden meer gedaan. Met mijn hand mijn zicht versperrend, haastte ik me er steeds langs, alsof mijn leven er van af hing. Alsof iets me achtervolgde. En dat deed het ook. Mijn eigen spiegelbeeld achtervolgde me. Zíj achtervolgde me.
Het was vreemd dat ik mijn spiegelbeeld mijdde, want ze was overal. In al mijn bezittingen, die ik met haar gedeeld had, mijn bezigheden, die ze samen met mij deed, en bovenal mijn gedachten, die steeds met haar gevuld waren. Alles deed me aan haar denken.
Ik ademde zwaar en schokkerig. Iedereen zei dat ik niet niet steeds moest vluchten. Want vluchten was een deel van mijn persoonlijkheid. Niet in staat de realiteit te zien, loopt steeds weg van haar problemen, hoorde ik de stemmen van mensen die hadden getracht me te helpen mompelen. Ze dachten dat ik het niet hoorde. Dat het enige wat ik nog kon staren was. Dat ik voor eeuwig opgeslokt was door mijn eigen gedachten. Dat ik nooit de moed zou hebben eruit te ontsnappen.
Iets had me van gedachten veranderd. Misschien was het de zon geweest die voor het eerst sinds maanden door de wolken gluurde. Of de madeliefjes in de tuin die ze altijd zo graag had gezien. Ik wist niet wat het was geweest. Maar ik had haar erin herkend. Het geluk dat in haar ogen had geblonken. Dat wou ik zo graag terugzien. Haar gezicht.
Ik richtte mijn ogen ten gronde, kneep ze toe en sprak mezelf moed in. Abrupt richtte ik mijn blik op het gezicht in de spiegelbeeld. Het gezicht dat zo identiek was aan het hare keek me aan. Het leek alsof een speer van verdriet mijn borstkas doorboorde. De verwachte stroom van tranen kwam onverwacht. Ik drukte mijn trillende handen tegen mijn ogen om de tranen te stoppen en ze af te wenden van het afschuwelijke beeld.
Ik wilde hier weg. Ik móest hier weg. Ik had het toch niet aangekund. Ik trok mijn kap over mijn ogen en begon te lopen. Waarheen wist ik niet. Ik wilde het niet eens weten. Ik liep naar waar mijn benen me voerden. Ik rende en rende. Zonder stoppen. Zonder om te kijken. Zonder toe te geven aan mijn benen, die inmiddels zwaar waren geworden, of mijn brandende longen.
Ik keurde de dingen die om me heen gebeurden geen blik waardig. Ik concentreerde me op het lopen. Het maakte mijn hoofd leeg. Ze verdreven de rotte, zwarte gedachten, die anders mijn hoofd verzwaarden. Ze verdreven de herinneringen aan haar.
Ik voelde me merkwaardig licht worden, alsof mijn voeten elk moment de aarde konden verlaten, en ik weg kon zweven, het bedrukkende donker van de nacht in. Naar haar toe.
Ik kon de wanhopige kreten van mijn uitgeputte lichaam niet langer negeren. Ik liet mezelf hijgend neervallen in een veldje verdord gras, zette mijn ellebogen op mijn knieën zodat ik er met mijn hoofd op kon leunen. Mijn longen leken te verbranden, geen hap adem was genoeg. Niets was genoeg. Ik boorde mijn nagels diep in de achterkant van mijn hoofd, zodat ik nog meer pijn zou voelen. Hoe had ik haar in de steek kunnen laten? Ik had haar aan haar lot overgelaten. Ik had haar ongelukkig gemaakt. Ik staarde naar de honingblonde lokken die slap heen en weer wiegden voor mijn ogen. De lokken die ooit haar lokken waren geweest. Ooit. Ze had ze niet meer gehad. Op het einde had ze ze af moeten staan. Ik zag het nog zo voor me.
Ik was binnengelopen, en had haar vrolijk begroet. Zo vrolijk als maar kon in een ziekenhuis. Ze zag er nog exact hetzelfde uit. Ze zag eruit als mij. Zonder de haren. Die waren afgeschoren. Ze keek me met een waterige, hoopvolle glimlach aan. Ze vertelde me dat ze door de chemotherapie misschien wel zou genezen.
Ik wist wel beter. Ik wist dat het haar tijd hier op aarde gewoon verlengde. Dat hadden de dokters tegen mij en mijn ouders gezegd. Ik had haar een tijd emotieloos en met trillende lippen aangestaard, voor ik halsoverkop wegliep van het ziekenhuis. Ik was gevlucht. Net zoals ik nu gedaan had. Het was de laatste keer geweest dat ze me gezien had.
De volgende keer dat ik haar zag had ze levenloos en vredig in een kist gelegen. Of dat hadden ze me toch verteld. Ik had haar niet goed gezien door de constante tranen die mijn zicht verwazigden.

Ik sloot mijn ogen. Waar was mijn zakmes? Ik voelde in de zakken van mijn broek en trui, maar ze waren leeg. Ik vervloekte mezelf binnensmonds. Waarom had ik het niet mee? Ik verdiende meer pijn. Meer pijn dan mijn bloederige lippen of mijn constante hoofdpijnen. Ik verdiende de pijn van de krassen in mijn polsen. En zelfs veel meer dan dat. Ik had mezelf de opdracht gegeven mezelf te straffen voor het onrecht dat ik haar had aangedaan. Ze had recht gehad op een glimlach als antwoord, een knuffel en een hand die de hare had vastgehouden tot alles voorbij was.
Ik had haar die dingen altijd gegeven, maar niet op de momenten waar het echt nodig was geweest. Niet op het moment dat ze deze wereld verliet.
Ik begroef mijn hoofd in mijn handen en beet op mijn lip tot ik de roestige smaak van bloed voelde. Ik vroeg me af waar ze nu was. Mensen – mensen die er niets van wisten – zeiden dat ze in mij voortleefde. Dat ze een geworden was met mij.
Maar ik wist dat dat niet waar was. Het mocht niet waar zijn.
Een onverwachte gil verliet mijn longen. Het was nacht, mensen sliepen, maar het kon me niet schelen. Ik bleef gillen, schreeuwen, krijsen. Er was amper een spoortje van leven te bekennen in mijn omgeving, op uitzondering van de slecht onderhouden rijhuizen die er zo miezerig bijstonden. Het enige leven in mijn buurt was de junkie die steeds op het afgekladderde bankje in het oude station zat, zonder zich ooit te verroeren. Maar in feite kon je dat niet eens leven noemen.
Leuk, zo’n lotgenoot. Waarschijnlijk vluchtte hij ook voor zijn problemen.
Opeens liet een hard geluid me opschrikken uit mijn verbitterde gedachten. Mijn ogen sprongen open en zochten naar de herkomst van het rumoer.
Ik sprong recht, en keek verwilderd om me heen terwijl ik mijn best deed om het geluid thuis te brengen. De twee lichten in de verte klaarden mijn hoofd. Een trein. Natuurlijk.
Even staarde ik naar de koplampen van de trein. Het leek wel rustgevend, ondanks het helse geluid. Half bewust maar ook half onbewust begonnen mijn voeten zich richting de spoorweg te verplaatsen. Eerst voorzichtige stapjes, alsof ik bang was om een geluid te maken, en daarna begon ik meer te strompelen, om de trein toch nog voor te zijn. Ik leek in een soort vreemde waas te zitten, maar ik was me min of meer bewust van wat ik ging doen. En het idee gaf me rust. Toen mijn linkervoet uiteindelijk het zware metaal van de kant van de spoorweg raakte, bewoog ik me bijna elegant naar de houten planken ertussen. De trein was nu nog maar een dikke twintig meter van me verwijderd. Het zou niet lang meer duren.
Ondanks het pure geluk (het kon natuurlijk ook gewoon adrenaline zijn) dat mijn aderen binnenstroomde door mijn actie, voelde ik me merkwaardig teleurgesteld. Ik was teleurgesteld in mezelf. Ik gaf het zomaar op. Ik had geen zin meer om te vechten, om me te verzetten tegen het eeuwige verdriet dat dit bestaan mij schonk.
De treinbestuurder had me opgemerkt, hij tuutte tevergeefs naar me. De trein was nog zo’n vijf meter van me verwijderd.
Ik maakte gebruik van mijn laatste paar seconden om een soort film af te spelen van de mooie momenten met haar, maar de momenten hadden een soort schaduw over zich heen. Een schaduw van verontwaardiging.
Nog maar drie meter.
Ik deed mijn best om mijn ogen open te houden. Zodat ik toch nog een beetje waardigheid behield. Zodat ik toch een beetje dapper oogde. Ik wist immers wat die trein ging doen. Met mijn vlees. Mijn ziel.
Een meter.
Ik was een lafaard. Een afschuwelijke, verschrikkelijke, egoïstische lafaard.

Liefs

Advertenties

2 thoughts on “Verhaal: Lafaard

  1. Pingback: Terugblik: januari 2013 | De Lady Library

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s